Achter de Schermen

ACHTER DE SCHERMEN

Schrijfproces van
AdsM1, zin 265

Schrijfproces


1934: Manuscript 'Achter de Schermen' [AdsM1]:

Stap a
Hij moet toch toegeven dat ik, zoolang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet heb opgevoed maar van hen genoten, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.
_________
Stap b
Hij moet toch toegeven dat ik, zoolang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet heb opgevoed maar van hen genoten, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.
_________
Stap c
Men moet toch toegeven dat ik, zoolang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.
_________
Resultaat
Men moet toch toegeven dat ik, zoolang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.
_________

1934: Typoscript 'Achter de Schermen', getypte tekst [AdsM2a]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1935: Voorpublicatie 'Achter de Schermen' in Groot Nederland [AdsT1]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1935: Correctie-exemplaar Groot Nederland, getypte tekst [AdsM3a]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1936: Tsjip, tweede druk [AdsD1]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1942: Tsjip, derde druk [AdsD2]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1943: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste druk [AdsD3]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1944: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede druk [AdsD4]:
Men moet toch inzien dat ik, zoo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1952: Tsjip/De Leeuwentemmer, derde druk [AdsD5]:
Men moet toch inzien dat ik, zo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1956-57: Tsjip/De Leeuwentemmer, eerste drukproef voor het Verzameld Werk, gezette tekst [AdsP1a]:
Men moet toch inzien dat ik, zo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, tweede drukproef voor het Verzameld Werk [AdsP2]:
Men moet toch inzien dat ik, zo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.

1957: Tsjip/De Leeuwentemmer, vierde druk, in het Verzameld Werk [AdsD6]:
Men moet toch inzien dat ik, zo lang ik ginder dwaalde, mijn kinderen niet opgevoed maar van hen genoten heb, voor mijn vrouw niet gezorgd maar met haar gespeeld.


AdsM1
Thumbnail: AdsM1-13
[13]